Tussen de regels: kleuters en metaforen

1 februari 2026

In het tijdschrift Language Development Research verschenen onlangs drie artikelen over het begrip van metaforen bij jonge kinderen (Ferrara et al., 2025; Küçükerdoğan & Tahiroğlu, 2025; Pompei et al., 2025). Uit deze editie blijkt dat er nieuwe inzichten zijn ontstaan over hoe kinderen metaforen begrijpen. Lange tijd werd aangenomen dat kinderen pas rond hun achtste tot tiende levensjaar in staat zijn om metaforen goed te doorgronden. Recent onderzoek laat echter zien dat peuters en kleuters van drie tot vijf jaar al bepaalde soorten metaforen kunnen begrijpen (Ferrara et al., 2025; Küçükerdoğan & Tahiroğlu, 2025).

Dit wijst erop dat kinderen op jonge leeftijd al in staat zijn tot abstract en creatief denken. Dit is gunstig, omdat metafoorbegrip bijdraagt aan dieper tekstbegrip en een sterkere taalvaardigheid (Hall, 2016).

Metaforen en inferenties: lezen tussen de regels

Metaforen hangen nauw samen met het maken van inferenties. Inferenties maken betekent dat een leerling tussen de regels door leest. De informatie staat niet altijd letterlijk in de tekst, waardoor de lezer op basis van aanwijzingen zelf conclusies moet trekken (Hall, 2016). Dit is essentieel voor goed tekstbegrip, omdat schrijvers vaak details weglaten en ervan uitgaan dat de lezer verbanden legt en betekenissen afleidt.

Door inferenties te maken, kan een leerling ontbrekende informatie aanvullen en samenhang in een tekst ontdekken. Zo ontstaan relaties tussen gebeurtenissen, personages en ideeën, wat leidt tot een dieper en vollediger begrip (Hall, 2016).

Beperkte aandacht voor metaforen in het onderwijs

Metaforen zijn indirecte taaluitingen: de betekenis ligt niet letterlijk in de woorden, zoals in de zin: “Het stormt in de klas.” Toch krijgen metaforen in het Nederlandse basisonderwijs weinig expliciete en structurele aandacht. In vergelijking met technisch lezen, schrijven en woordenschatonderwijs is de aandacht voor metaforen beperkt. Ze komen vooral impliciet aan bod in literatuur en poëzie, vaak zonder vaste didactische aanpak.

Metaforen begrijpen vraagt actief denken

Om een metafoor goed te begrijpen, moet een kind verschillende informatiebronnen combineren: de letterlijke betekenis, achtergrondkennis en context. Dit proces komt overeen met het maken van inferenties: het actief aanvullen van informatie om betekenis te construeren (Hall, 2016). Elke metafoor vormt daarmee een oefening in inferenties maken. 

Effecten van gerichte instructie

Wanneer kinderen gericht leren wat metaforen zijn en hoe zij deze kunnen interpreteren, verbeteren zij hun tekst- en gespreksbegrip (Küçükerdoğan & Tahiroğlu, 2025). Ze nemen taal minder letterlijk en begrijpen sneller wat iemand bedoelt. In een zin als “Tom voelde zich een muisje” herkennen zij dat Tom zich bang of onzeker voelt (Ferrara et al., 2025). Hierdoor begrijpen zij complexe zinnen beter, leggen zij gemakkelijker verbanden en kunnen zij zowel verhalen als informatieve teksten beter volgen.

Daarnaast helpt dit kinderen om figuurlijk taalgebruik in gesprekken te begrijpen, zoals in de uitdrukking “Ik zit vol ideeën.” Ook begrijpen zij grapjes en hints sneller (Pompei et al., 2025).

Praktische implicaties voor het onderwijs

– Besteed aandacht aan metaforen tijdens het voorlezen. Bespreek samen wat ze betekenen.
– Neem metaforen bewust op in je themaplanning. Noteer welke metaforen tijdens een thema aan bod komen.
– Modelleer hoe je een metafoor interpreteert en welke inferentie je maakt (Hall, 2016). Bijvoorbeeld bij de metafoor “Bo is een zonnetje vandaag.” leg je uit: “Bo is geen echte zon. De schrijver bedoelt dat Bo vandaag vrolijk is en iedereen blij maakt.”
– Stel verdiepende vragen. Vraag niet alleen wat er staat, maar vooral wat het betekent en waarom.

Het belang van voorkennis

Inferenties maken lukt beter wanneer kinderen over voldoende voorkennis beschikken (Hall, 2016). Daarom is het belangrijk om:
– vooraf over onderwerpen te praten,
– gebruik te maken van foto’s, filmpjes en ervaringen,
– nieuwe woorden expliciet uit te leggen.

Kortom:

– Begin vroeg. Gebruik metaforen al in de onderbouw tijdens voorlezen, gesprekken en spel (Küçükerdoğan & Tahiroğlu, 2025).
– Differentieer. Niet alle kinderen begrijpen metaforen even snel. Bied extra ondersteuning door middel van voorbeelden, herhaling en context (Ferrara et al., 2025).
– Werk met boeken. Kies verhalen met metaforen en bespreek deze samen. Stel vragen als: Wat betekent dit? Kan dat echt? Wat bedoelt de schrijver?
– Visualiseer en speel. Gebruik tekeningen, rollenspel en drama om metaforen concreet te maken. Laat kinderen bijvoorbeeld de uitdrukking “de tijd vliegt” uitbeelden.
– Stimuleer creativiteit. Laat kinderen zelf metaforen bedenken, zoals: Verdriet is…, Vriendschap lijkt op…, Boosheid voelt als… (Pompei et al., 2025).
– Werk met poëzie. In gedichten komen metaforen veelvuldig voor. Lees gedichten voor, herlees ze en bespreek samen de metaforen die jullie tegenkomen.

Door al vroeg en bewust aandacht te besteden aan metaforen, versterken we niet alleen het taalbegrip van kinderen, maar geven we hen ook een goede basis voor dieper denken en rijker communiceren.

APA-referenties

Ferrara, S., Aguert, M., & Declercq, C. (2025). Not early, not late, but developing: Children’s “good-enough” understanding of metaphors. Language Development Research, 5(2), 67–92.

Hall, C. S. (2016). Inference instruction for struggling readers: A synthesis of intervention research. Educational Psychology Review, 28(1), 1–22. https://doi.org/10.1007/s10648-014-9295-x

Küçükerdoğan, P., & Tahiroğlu, D. (2025). Metaphor comprehension in preschool children: Individual differences and metaphor-related factors affecting metaphor comprehension. Language Development Research, 5(2), 172–203. 

Pompei, C., Lecce, S., Del Sette, P., Didoni, E., Bischetti, L., & Bambini, V. (2025). “Broccoli is candy”: The role of metaphors in children’s persuasive communication. Language Development Research, 5(2), 204–236. 

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *